ISBN: 90-263-1837-5
Uitgever Ambo/Anthos
In dit boek laat ik zien dat de crisis in de opvoedkunde, maar vooral ook in de dagelijkse praktijk van
het opvoeden, veroorzaakt wordt door een fundamentele fout in ons basisprincipe van het
opvoeden. Terwijl we ons als ouders verantwoordelijk voelen voor het latere levensgeluk
van onze kinderen, zijn we juist bezig hun huidige en toekomstige geluk te dwarsbomen.
Het einde van de opvoeding confronteert ouders met
het fatale mechanisme om hun eigen jeugdproblemen te corrigeren in de opvoeding van hun
kinderen, waarmee ze op een dieper niveau hun blokkades en beknellingen juist aan de
volgende generatie overdragen.
Het boek laat zien dat de
oorzaak van dit verschijnsel gelegen is in de ontwikkeling en de structuur van onze
identiteit. Dit is de mentale constructie die elk kind tijdens de eerste tien jaar van
zijn leven aanleert, en die uit een aantal schillen of lagen bestaat die elkaar in stand
houden. Het herkennen van deze schillen is de eerste stap in het jezelf losmaken van de
beknellende patronen die je in je jeugd hebt aangeleerd.
Nadat het ontstaan en de werking
van de menselijke identiteit op een heldere wijze is uiteengezet, wordt duidelijk gemaakt
hoe het opvoedingsparadigma een onderdeel is van de ouderlijke identiteit. Daaruit vloeit
de drang voort om het kind op te voeden (lees: te sturen en te dwingen) in de richting van
een ideaalbeeld dat de ouders hebben ontwikkeld als bedekking van de negatieve gevoelens
die ze in hun eigen jeugd hebben aangeleerd. Hierdoor ontstaan bij het kind juist allerlei
remmingen en blokkades die verhinderen dat het zijn natuurlijke en spontane eigenschappen
tot onwikkeling brengt. Zo dragen ouders door de bedoeling van het tegendeel hun eigen
blokkades over op hun kinderen.
In het boek wordt op verbluffend
simpele wijze uiteengezet waar de eigentijdse roep om meer "normen en waarden"
vandaan komt. Tevens wordt aangetoond dat dit een van de meest catastrofale vergissingen
is van het oude opvoedingsparadigma. Dat blijkt al uit het in één adem noemen van twee
totaal verschillende zaken. Waarden zijn eigenschappen die rechtstreeks voortvloeien uit
onze natuurlijke staat van zijn, zoals bijvoorbeeld liefde, compassie, eerlijkheid, moed,
trouw, kracht, vertrouwen, kwetsbaarheid,
altruïsme, creativiteit, spontaniteit.
Elk mens heeft deze eigenschappen, maar ze zijn in
meer of mindere mate geremd of geblokkeerd door normen. Waarden zijn werkelijk, maar omdat
we dat niet weten of onvoldoende erop durven vertrouwen, bedenken we normen. Waarden zijn
onze natuur, normen zitten in onze identiteit, met name in de tweede schil: de regels
waaraan we moeten voldoen om ons waardevol te kunnen voelen. Normen creëren hun eigen
bestaansrecht: hoe meer je probeert jezelf of anderen aan allerlei normen te laten houden,
hoe sterker de druk wordt om er juist tegenin te gaan. Dat leidt tot uitbarstingen van
normoverschrijding die weer aanleiding zijn om de normen te verscherpen of de druk om je
er aan te houden op te voeren. Ondertussen raak je steeds meer vervreemd van je
natuurlijke waarden, worden je identiteit en je normen harder, het aantal
normoverschrijdingen groter, en de roep om meer "normen en waarden" luider.
Waarden kun je dus so wie so niet aanleren. Maar hoe minder je kinderen opvoedt in
allerlei normen, hoe meer ze zullen gaan leven vanuit hun natuurlijke waarden.
Met veel praktijkvoorbeelden en humor wordt er een totaal andere manier van
omgaan met kinderen getoond, niet langer belast met de zware plicht tot opvoeden en
controleren van iets wat van nature niet opvoedbaar en controleeerbaar is, waardoor er een
enorme ruimte ontstaat voor liefde en openheid, en een toename van het toekomstige én het
huidige levensgeluk van kinderen en hun ouders.
Dit boekje is geschreven in een heel persoonlijke stijl waarin ouders rechtstreeks aangesproken worden.
Een fragment:
Er kleeft een gevaar aan elke
theorie over opvoeding: dat het je alleen maar opzadelt met allerlei mooie idealen waar je
telkens niet aan kunt voldoen. Dit boekje zou onbedoeld hetzelfde effect kunnen hebben,
als je het teveel zou opvatten als een weergave van "de enige goeie manier". In
feite wil ik juist laten zien dat we als ouders de meeste problemen veroorzaken door onze
ideeën over hoe je moet opvoeden. Het is heel begrijpelijk om je kinderen te willen
opvoeden naar jouw eigen beeld van wat goed en mooi en waardevol is.
Het resultaat van
zo'n opvoeding is echter vaak tegengesteld aan wat je er mee wilde bereiken. Je hebt zelf
de belangrijkste ontdekkingen in je leven ook eerder ondanks dan dankzij je ouders gedaan,
dus kun jij als ouder beter een stapje terug doen en je kind de ruimte geven om zelf te
ontdekken wat het meest waardevolle in het leven is. Alles wat je je kind zou willen
aanleren op het gebied van waarden en mooie eigenschappen, wordt juist door dat aanleren
een surrogaat, een dressuur, een remming, een blokkade van die natuurlijke waarden en
eigenschappen. Anderzijds, alle waarden en mooie eigenschappen die je zèlf hebt weten te
realiseren, hoef je niet over te dragen op kinderen, die nemen ze vanzelf als voorbeeld en
inspiratie. Niet zozeer omdat jij hun vader of moeder bent, maar omdat niets zo
overtuigend is en zo aanstekelijk werkt als het geluk dat voortvloeit uit je natuurlijke
staat van zijn.
Het einde van de opvoeding is bedoeld voor ouders en
beroepsopvoeders, maar ook voor oudere kinderen, en eigenlijk voor iedereen die nog wel
eens hinder ondervindt van zijn eigen opvoeding.